Koolstoflandbouw: de voordelen én de opportuniteiten!

Koolstoflandbouw: de voordelen én de opportuniteiten!

Vlaco ging in het Vlacovaria-themanummer rond klimaat en biodiversiteit (juni 2021) al dieper in op de troeven van compost en digestaat om koolstof in de bodem op te slaan. Koolstof in de bodem vastleggen is een ‘hot item’. Over het algemeen is de koolstoftoestand in onze bodems in dalende lijn sinds de jaren ’80. Toen bevond bijna 80% van de landbouwbodems zich nog in goede toestand wat betreft organische stof. Nu is dit nog maar 40%.

 

Koolstof in Vlaamse bodems: het fundament

Koolstof in Vlaamse bodems: het fundament

Naar aanleiding van het webinar over 75 jaar onderzoek naar de bodemvruchtbaarheid in akker- en weilandpercelen noemde Annemie Elsen van de Bodemkundige Dienst van België (BDB) organische koolstof (OC) het ‘fundament van een goede bodem’. Indien een bodem zich in de overeenkomstige streefzone bevindt, is de bodemkwaliteit doorgaans op orde op chemisch (bufferingscapaciteit pH, nutriënten), fysisch (structuur, waterhuishouding) en biologisch (bodemdiversiteit) gebied. Dit biedt op alle vlakken ondersteuning aan de plantgroei en raakt ook aan ruimere milieu- en klimaataspecten. Zo blijkt uit langlopende veldproeven onder meer dat in de bodems met hogere koolstofgehalten hevige regenbuien leiden tot minder afspoeling van de vruchtbare toplaag omwille van een betere infiltratie. Doordat een bodem met voldoende organische koolstof het vocht ook beter vasthoudt - je kan het vergelijken met de werking van een spons - zal dit in droge periodes leiden langere waterbeschikbaarheid van 1 à 2 weken voor de planten. Het optimale OC-gehalte hangt af van bodemtextuur: een zand-leembodem zal een iets lagere optimale OC-streefwaarde kennen dan een zand- of kleibodem waar méér organische stof nodig is om respectievelijk water beter vast te houden en meer poriën (doorlaatbaarheid) in de structuur te bereiken.

Het gehalte organische koolstof daalt in onze landbouwbodems (figuur 1): meer dan de helft van de akkerbouw- en weilandpercelen heeft in de periode 2016-2019 te weinig organische koolstof.
 

Percentage akkerbouwpercelen

Figuur 1: Percentage akkerbouwpercelen met OC-gehalte gelijk aan of hoger dan streefzone in perioden tussen 1989 en 2019 (hoe donkerder hoe hoger % organische koolstof (bron: BDB)

Hoeveel percent van de akkers de streefzone haalt, zie je in onderstaande tabel.

Tabel 1: Procentuele verdeling van het koolstofgehalte van de akkerbouwstalen in 7 beoordelingsklassen - evolutie in België (Databank BDB, Tits et al., 2020)

Procentuele verdeling koolstofgehalte

Hoeveel percent van de weilanden de streefzone haalt, zie je in onderstaande tabel.

Tabel 2: Procentuele verdeling van het koolstofgehalte van de weilandstalen in 7 beoordelingsklassen - evolutie in België (Databank BDB, Tits et al., 2020)

Procentuele verdeling koolstofgehalte tabel 2

Uit onderzoek van BDB blijkt dat o.a. het dieper gaan ploegen gezorgd heeft voor de achteruitgang in organische koolstof in de landbouwbodems (Figuur 2).

C-gehalte

Figuur 2: C-gehalte (%) in en onder de bouwvoor, situatie 1982-1984 bij ploegdiepte van 23 cm (links), na toename ploegdiepte tot 27 cm (midden) en situatie 2016-2019 (rechts) (bron: BDB)

Het rechtstreeks toedienen van organische koolstof is belangrijk, maar tegelijk ook uitdagend gezien de huidige bemestingsnormen: zo moeten landbouwers kiezen of ze bijvoorbeeld stalmest inzetten in plaats van drijfmest, al dan niet in combinatie met het sporadisch inwerken van compost en stro. Volgens BDB kunnen ook vanggewassen een deel van de oplossing betekenen. Het is voor de meeste landbouwers puzzelen hoe op lange termijn de organischestofgehalten van de bodem te stimuleren.

Zo zou er in Vlaamse akker- en weilandbodems respectievelijk 5 én 2 miljoen ton organische koolstof additioneel kunnen worden opgeslagen én dus aan klimaatmitigatie kunnen gedaan worden, als de koolstofgehalten tot aan de bovengrens van de streefzone zouden worden aangereikt (figuur 3).
 

Gemiddeld organische koolstof

Figuur 3: Gemiddelde organische koolstof opslag in bouwvoor (0 - 23 cm) van akkerbouwbodems (links) en in bovenste laag (0 - 6 cm) van weilandbodems) in periode 1982-1984 en 2016-2019, in vergelijking met het optimum (bovengrens streefzone). (Databank BDB, Tits et al., 2020)

Volgens BDB is de potentiële koolstofopslag de bovengrens van de streefzone. Wanneer het koolstofgehalte boven de steefzone gaat, zou dit aanleiding kunnen geven tot aanwezigheid van anaerobe zones in de bodem, meer bodemgebondenziekten en verhoogde N-vrijzetting door mineralisatie van de organische stof. De afbraakratio van de bodemorganische-stof zal toenemen.

Carbon farming (koolstoflandbouw)

De ecosysteemdiensten van een gezonde bodem hangen vaak samen met het organische koolstofgehalte. Landbouwers kunnen hieraan bijdragen door ‘carbon farming’. Vlaco volgt deze topic met toenemende aandacht via webinars en gesprekken met stakeholders in diverse pilootprojecten en beleidsinitiatieven.

Carbon farming of koolstoflandbouw kan volgens de EU gedefinieerd worden als het beheer van koolstofreservoirs, -stromen en broeikasgasfluxen (inclusief methaan en lachgas) op niveau van het landbouwbedrijf, met als doel de klimaatverandering te matigen.

Koolstoflandbouw is een concept dat wereldwijd voor het eerst in de belangstelling kwam met het Kyotoprotocol in 2004. Verschillende landen en organisaties, onder andere Nieuw-Zeeland en het Verified Carbon Scheme (VCS), begonnen toen met het testen en onderzoeken van marktgebaseerde-regelingen om landbeheerders te stimuleren tot beter bodemkoolstofbeheer. De laatste jaren is de belangstelling van de overheid en de particuliere sector voor koolstoflandbouw sterk toegenomen. Met alleen groene energie en meer energie-efficiëntie kunnen we sowieso geen koolstofneutraliteit in 2050 bereiken. Er moet ook werk gemaakt worden van koolstofopslag in biomassa en bodems (figuur 4).

Emissie pathways

Figuur 4: Emissie ‘pathways’ om netto de koolstofneutraliteit in 2050 te bereiken. (bron: ‘A Clean Planet for all – EU COM (2018) 773)
 
Uit de koolstofinventaris van de LULUCF-sector (Land Use, Land Use Change and Forestry) zou dus niet alleen een ‘no debit-rule’ moeten blijken – zodat uitstoot en opname van bodemkoolstof in balans zijn – maar méér nog: er moet een netto opslag van koolstof in functie van de Europese langetermijnklimaatdoelstellingen worden gerealiseerd. Landbouwers kunnen hier met koolstoflandbouw toe bijdragen. Dit doordacht omspringen met koolstof- en andere broeikasgasfluxen (vee, materialen en vegetatie) en bodemkoolstofpools vertaalt zich concreet in volgende maatregelen:
  • Grondwaterstanden stabiel houden of verhogen – vermits uit verdroogde gronden meer koolstof vrijkomt
  • Veengronden intact laten
  • Niet kerende of gereduceerde bodembewerkingen – waardoor de bodemstructuur maximaal behouden en de natuurlijke afbraak van C niet versneld wordt
  • Graslandmanagement – waarbij het in hoofdzaak de graswortels en de vlinderbloemigen in de grasmengsels zijn die bijdragen aan de koolstofopbouw
  • Inzaai van groenbedekkers – waardoor extra biomassa integraal (ook bovengronds gewasdeel) kan worden ingewerkt
  • Betere gewasrotaties – langere cyclus en met meer granen
  • Agroforestry – dit is de combinatie van boomaanplant en -beheer met landbouw en veeteelt
  • Toedienen van organische bodemverbeterende middelen bijvoorbeeld compost, stalmest of dikke fractie digestaat.

Koolstofboeren en het financiële plaatje. Compensatiepistes mogelijk?

Euro

Het zogenaamde ‘koolstofboeren’ vertegenwoordigt meestal een kost, terwijl een hoger koolstofgehalte in de bodem niet onmiddellijk duidelijke meeropbrengsten garandeert voor de landbouwer. Landbouwers moeten aangemoedigd worden om hun bodembeheersfunctie beter te vervullen. Volgens Vlaco zijn er in essentie twee compensatiepistes mogelijk. Enerzijds via het gemeenschappelijke landbouwbeleid en anderzijds via diverse (piloot)projecten, al dan niet op basis van marktgebaseerde-koolstofcredits.
 

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Er wordt momenteel een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid uitgewerkt dat in voege zal gaan op 1 januari 2023. Het huidige beleid gaat na of landbouwers aan bepaalde minimale randvoorwaarden voldoen, waaronder een minimum aantal metingen van het organische-stofgehalte van hun bodems. Als het organische-stofgehalte te laag is, worden de landbouwers geacht maatregelen nemen om de bodem van extra organische stof te voorzien. Nadeel hiervan: dit wordt door de Vlaamse administraties in praktijk nauwelijks geverifieerd. Het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) zou naast deze minimale randvoorwaarden ook stimulerende maatregelen uitwerken, met name ‘eco-regelingen’, voor landbouwers die verder gaan dan de minimum condities. Voor de Vlaamse invulling van het GLB denkt men aan vergoedingen op basis van de hoeveelheid effectieve organische stof aangevoerd door een specifiek teeltplan, vergoedingen voor de meerkost van het gebruik van organische bodemverbeterende middelen zoals compost en een forfaitaire ‘top-up’ vergoeding voor percelen waar de bodemkoolstofgehalten al in de streefzones (cfr kadertekst) zitten. Meer info volgt later dit jaar.
 

Projectmatige initiatieven of marktinitiatieven

Naast een landbouwbeleid dat hogere bodemkoolstofgehalten ondersteunt, worden ook diverse andere initiatieven gelanceerd. Landbouwers worden rechtstreeks in pilootprojecten door een andere (lokale) partij vergoed voor de koolstofopbouw in de bodem. Enkele voorbeelden:
 

  • Interreg-project Carbon Farming: naast de oplijsting van de 5 beste carbon farming-technieken voor Vlaanderen en van diverse verdienmodellen is het consortium ook actief in de opzet van verschillende pilootprojecten. De gemeente Beernem werkt samen met lokale landbouwers die koolstofopslagtechnieken toepassen om de klimaatdoelstellingen van het ondertekende, 2de Burgemeesterconvenant te behalen. Inagro, Innovatiesteunpunt en Boerennatuur Vlaanderen ondersteunen de landbouwers en gaan na of de gemeente de CO2-uitstoot van het gemeentelijke wagenpark kan compenseren.
  • In het lokale klimaatproject ‘Landbouwers – Koolstofbouwers’ werken 9 Vlaams-Brabantse gemeenten samen met de Bodemkundige Dienst van België: verschillende landbouwers leggen de bedrijfsboekhouding inzake koolstof vast en maken een koolstofplan op waarin ze uit een ‘menukaart’ hun ideale mix van bodemkoolstofverhogende maatregelen kiezen. Op basis van overeenkomsten van telkens 5 jaar kunnen de landbouwers zich ontpoppen tot ‘koolstofbouwers’.
  • Ook andere initiatieven actief in België, zoals de koolstofcredits via het CO2-platform Claire of via de tools van Soil Capital, claimen extra landbouwinkomsten te kunnen verschaffen vanuit de vraag in de private sector naar koolstofcredits. In Nederland is Rabobank overigens zeer actief met de opstart van ‘Carbon Banking’.
     

Toekomstige uitdagingen

Voor Vlaanderen zijn veel modelleringen en theoretische verdienmodellen gebaseerd op de aanbreng van effectieve organische koolstof door een bepaalde maatregel. Denk maar aan simulatoren zoals de C-simulator, Demetertool of C-slim, min of meer gebaseerd op het RothC-model. Dit zijn echter slechts modelleringen en dienen gecomplementeerd te worden door bodemstaalnames en analyseresultaten van de feitelijke bodemorganische koolstofevolutie. Hier beginnen enkele uitdagingen voor een succesvolle koolstoflandbouw. De meetmethoden zijn niet overal uniform en vaak duur. De bodemkoolstofmetingen via drone of satelliet zijn nog in volle ontwikkeling. Ook de vragen hoe ‘additioneel’ een koolstofverhogende maatregel is én of deze ‘permanente’ resultaten geeft, zijn hete hangijzers. Vooral bij ‘result-based’ compenseren van koolstoflandbouw rijst een luide vraag naar sluitende certificeringen van de C-opslag en klimaatmitigatie. Zoniet kunnen de geloofwaardigheid en waarde van koolstofcredits ondermijnd worden. Zulke certificatiesystemen zijn in opbouw en impliceren een extra kost voor de koolstofkredietmarkt(en). Vlaco volgt de evoluties rond bodemkoolstofcompensatie op de voet!

 

Tekst: Vlaco vzw, uit ledenmagazine Vlacovaria editie september 2021