Compost van groenafval en mest kansrijk
Resultaten van de Nederlandse studie
Op 25 februari 2000 is in Apeldoorn het rapport "Gecombineerde compostering van groenafval en mest" voorgesteld. TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie en de BVOR (Belangenvereniging voor Verwerkingsbedrijven van Organische Reststoffen) hebben in opdracht van de provincie Gelderland de mogelijkheden onderzocht van deze gecombineerde compostering, met het oog op zowel de verwerking (in feite bewerking volgens de Vlaamse definities in het mestbeleid) van mest als op de verrijking van de groencompost.
In eerste instantie is een marktonderzoek uitgevoerd. Wie zijn de potentiële afnemers, welke eisen stellen zij aan het product en hoe groot is de verwachte markt? Hieruit is gebleken dat de cultuurtechnische sector, de hoveniersbranche en de intensieve akkerbouw de meeste mogelijkheden bieden in Nederland voor een uitgebalanceerd product dat voldoet aan de BOOM-normering en het BVOR-keurmerk, een N/P/K-verhouding heeft van ongeveer 1 en een hoog organische stofgehalte. De Nederlandse markt voor een dergelijk product wordt geraamd op maximaal 250.000 ton per jaar aan een prijs van 2 tot 12 € per ton.
Op basis van deze randvoorwaarden zijn de mestsoorten geselecteerd. Best wordt stromest, bekomen door drijfmest over een licht aflopende vloer met een laag stro te laten vloeien, gebruikt, idealiter in de verhouding 1/3de stromest en 2/3de groencompost. Deze verhoudingen kunnen echter niet worden gerespecteerd omwille van het te hoge gehalte aan Cu en Zn in de stromest. Om te voldoen aan de BOOM-normering en het BVOR-keurmerk kan maximaal 15 gew% stromest aan het groenafval worden toegevoegd.
Op de composteerbedrijven blijkt de stromest bij te dragen aan het bereiken van een goede C/N-verhouding. Naar verwachting, zo stelt de studie, zullen er geen ontoelaatbare geuremissies optreden bij het gecombineerd composteren in open lucht. Wel is gebleken dat de NH3-emissie bij de compostering van een mengsel met 15 gew% en 30 gew% stromest respectievelijk met een factor 3 en 5 toeneemt.
Verwacht wordt dat de Cu- en Zn-gehaltes in diervoeder, en dus ook in varkensdrijfmest en stromest zullen worden verlaagd. Indien dit wordt gerealiseerd, zal de ideale mengverhouding van 1/3de stromest en 2/3de groenafval kunnen worden toegepast. Om de geschatte "behoefte" aan verrijkte groencompost te kunnen produceren, zal er circa 165.000 ton stromest ofwel ongeveer 1 miljoen m_ varkensdrijfmest nodig zijn.
De totale mestverwerkingsprijs, inclusief de verwerking van de dunne fractie die een nitrificatie/denitrificatie zal moeten ondergaan, wordt geraamd op 11 tot 20 € per m_ varkensdrijfmest.
Ook in Nederland mogen vergunningstechnisch de groencomposteerbedrijven geen dierlijke mest verwerken. Een aanvullende milieuvergunning dient te worden aangevraagd. Verder zal een kwaliteitszorgsysteem en/of certificeringssysteem moeten worden uitgewerkt, zodat de ganse keten in beschouwing wordt genomen.
Toepasbaar in Vlaanderen?
Het belangrijkste probleem is duidelijk het gehalte aan zware metalen in de varkensdrijfmest. De verwachting dat deze gehaltes zullen dalen, wordt wellicht iets te rooskleurig voorgesteld. Hetzelfde geldt voor het geurprobleem, dat in de Nederlandse studie als minimaal wordt afgedaan. In Vlaanderen is een open lucht compostering van mest toch niet onmiddellijk denkbaar.
Bovendien vertrekt men in deze studie van stromest, wat uiteraard perfect zal composteren, maar echter niet zomaar beschikbaar is. Het veronderstelt toch een extra behandeling van de varkensdrijfmest.
Tot slot kan ook bij de totaalprijs een vraagteken worden geplaatst. Productie van stromest, composteren samen met groenafval én de zuivering van de dunne fractie voor minder dan 25€ per m_? Deze prijs lijkt op dit moment sowieso niet betaalbaar voor de varkensboeren. Bovendien zal de reële prijs van al deze behandeling een veelvoud zijn van de vooropgestelde 25€ per m_.
Laat ons toch ook niet vergeten dat mestverwerking in Vlaanderen export buiten de Vlaamse cultuurgrond impliceert volgens het MAP. Het zal zeker niet evident zijn voldoende afzetkanalen te vinden.
| |