|
| Compost bij suikerbieten |
| | Compost voorkomt erosie
Welke eisen stellen suikerbieten
aan de bodem?
Een voldoende hoog organisch stofgehalte van
de bouwvoor is belangrijk voor suikerbieten. Op
zandgronden zorgt de humus voor een goede
vochtvoorziening. Op kleigronden zorgt humus
voor een betere structuur, wat de bewerkbaarheid
en drainage ten goede komt. Op leemgronden zorgt
de betere bodemstructuur door compostgebruik
voor een beperking van het erosiegevaar. Bieten zijn
immers een erosiegevoelig gewas. | | |  | |
| | | |
|
| Compost bij graangewassen |
| | Een goede bodemstructuur voor graan
Welke eisen stellen graangewassen
aan de bodem?
Een goede bodemstructuur zorgt bij graangewassen
voor hoge opbrengsten en voor een goede
ontwatering en water- en luchtvoorziening. De
bodem is bovendien beter bewerkbaar.
Organische stof in de grond houdt vocht en
voedingsstoffen vast en werkt structuurverbeterend.
Het is daarom van belang het gehalte aan
organische stof in de grond voldoende hoog te
houden.
Voor zomergerst mag de bodem niet te humusrijk
zijn. Het gevaar voor legering is dan groter. Er
bestaan tegenwoordig wel aangepaste rassen.
| | | |  | |
| | | |
|
| Compost bij knolselder |
| | Kalium genoeg voor de knolselder
Welke eisen stelt knolselder aan de bodem?
Knolselder vraagt een rijke, goed vochthoudende
grond. Ideaal zijn zandleem- of leemgronden.
Droogte wordt door knolselder niet zo goed verdragen.
Knolselder verlangt voldoende organische
bemesting. Daarnaast is het ook belangrijk dat de
knollen over voldoende minerale stikstof beschikken.
Te veel minerale stikstof verhoogt dan weer de
ziektegevoeligheid. | | | |  | |
| | | |
|
| Compost bij kolen |
| | Grote bloemkolen met compost
Welke eisen stellen kolen aan de bodem?
Kolen vragen veel van de grond. De bodem is best
vochthoudend, voedzaam, niet zuur en moet goed
ontwateren. Op natte en zure gronden zijn kolen
zeer gevoelig voor knolvoet. Kolen hebben veel
voedingsstoffen nodig, vooral stikstof en kalium.
Bij bloemkool zorgt voldoende stikstof voor een
goede bladvorming en dekking. Te veel stikstof bij
spruitkool zorgt echter voor legeren en een slechte
afrijping van het gewas.
In Vlaanderen worden zowel vroege als late
bloemkolen geteeld. Vroege bloemkolen groeien
het best op humusrijke zandgronden met veel
voedingsstoffen. Late bloemkolen hebben liever een
iets zwaardere grond. Bloemkolen zijn gevoelig voor
droogte. Voldoende organische stof in de bodem in
combinatie met beregening zorgt voor een goede
opbrengst. | | |  | |
| | | |
|
| Compost bij mais |
| | Meer mais met compost
Welke eisen stelt maïs aan de bodem?
Maïs zal zich aanpassen aan alle grondsoorten op
voorwaarde dat de structuur en waterhuishouding
goed zijn en de vereiste meststoffen aanwezig zijn.
Het best gedijt maïs in een goed verluchte grond
rijk aan humus. Door de zware bewerkingen van de
maïspercelen treedt vaak verdichting op. Verdichte
bodemlagen of hoge grondwaterstanden hebben
een negatief effect op de opbrengst. | | | |  | |
| | | |
|
| Compost bij aardappels |
| | Meer aardappelen met compost
Welke eisen stellen aardappelen aan de bodem?
Aardappelen kunnen op alle gronden gekweekt
worden. Voor vroege aardappelen zijn lichte
gronden het meest geschikt, omdat die bodems in
het voorjaar veel vlugger warm en bewerkbaar zijn.
Aardappelen zijn niet zo’n gulzige planten als
dikwijls wordt aangenomen. De kaliumbehoefte
is wel relatief hoog in vergelijking met de stikstofbehoefte.
| | | |  | |
| | | |
|
| COMPOST IN EEN AKKERBOUWROTATIE |
| |  De vakgroep bodembeheer en -hygiëne van Professor Hofman (Landbouwfaculteit van de Universiteit Gent) heeft met een proef nagegaan hoe verschillende gewassen van een akkerbouwrotatie reageren op het gebruik van compost. Uit deze proef blijkt dat compost de meest gunstige resultaten bij gebruik in een teeltrotatie voor aardappelen en maïs geeft. Gebruik van compost bovenop de normale bemesting resulteert niet in hogere nitraatresiduwaarden. Percelen met compost kennen een gunstiger organische stofgehalte en betere vochtkarakteristieken.
| | | |  | |
| | | |
|
| COMPOST IN COMBINATIE MET MENGMEST EN MINERALE STIKSTOF |
| | VLACO heeft in samenwerking met de vakgroep Plantaardige Productie (Prof Reheul) van de Universiteit Gent een onderzoek gevoerd naar welke wijze de beste is om compost te combineren met andere meststoffen. In deze proef werd gezocht naar een combinatie van meststoffen zodat een maximale opbrengst en een toename van de organische stof wordt bekomen binnen de toegestane limieten voor het nitraatresidu. Een combinatie van mengmest en compost, of minerale mest en compost beantwoordt hieraan het best | | |  | |
| | | |
|
| Onderdrukking plantenziekten met compost |
| | Op 28 juni doctoreerde Jaak Ryckeboer aan de K.U. Leuven met een proefschrift getiteld "GFT- en groen- compost: microbiologische en hygiënische aspecten - onderdrukking van plantenziekten".
De bevindingen die in dit proefschrift zijn neergeschreven zijn uitermate interessant en bewijzen eens te meer de essentiële rol van compost voor een gezonde bodem. Sinds verschillende jaren werkt VLACO trouwens samen met het laboratorium voor fytopathologie en plantenbescherming van Prof. Coosemans, waar ook Dr. Jaak Ryckeboer deel van uitmaakt. Hieronder geven we, als voorproever voor verdere artikels, alvast de beknopte samenvatting van het proefschrift.
| |  | |
| | | |
|
| BODEMAFDEKKING: tegen onkruid en uitdroging |
| | Voor de komende decennia wordt voorspeld dat zoet water steeds meer een schaars goed zal worden. Efficiënt gebruik van water wordt een must!
Bodems verliezen vocht door de doorsijpeling van water naar diepere lagen, door de verdamping van het water door planten (transpiratie) en rechtstreeks uit de bodem (evaporatie). Door de verdamping van water wordt de bodem niet alleen droger, maar ook zouter. De totale hoeveelheid meststoffen in een drogere bodem worden immers geconcentreerd in een steeds kleinere hoeveelheid water. De combinatie van droge bodem en hoge zoutconcentraties leidt bij aanhoudende droogte tot groeistoornissen bij de gewassen.
| | |  | |
| | | |
|
| |